Visdieven in De Uithof

Gisteren was de laatste dag dat het mooi weer zou zijn voorlopig.
Even twijfelde ik of ik zou tuinieren, of lekker uitwaaien en ontspannen in De Uithof.
Maar al is het kouder, tuinieren kan altijd, En wandelen in dit weer zou wel fantastisch zijn.
Dus boterhammen gesmeerd, bidon water ingeschonken klaargemaakt en het lichte fototoestel ingepakt.
Hoe mooi vind ik de lente, en wat wordt De Uithof mooi.
Ik ging eerst kijken of ik de ijsvogel nog zag en ja, hij vloog nog steeds rond.
Om hem niet teveel te storen snel langs het water van de Wen gelopen.

Je hebt daar prachtige paden en stukken, waar je rond kunt lopen.
Er staat dan wel dat het gevaarlijk terrein is buiten de paden, maar als je goed oppast, is het best te doen.
En wat geeft je een vrijer gevoel dan buiten het pad te lopen? En hoeveel moois zie je op onverwachte plekken?
Die vrijheid, die was zo heerlijk: bovenstaande foto geeft dat volledig weer. Visdieven vlogen over me heen: scherend boven land en water, hoog in de lucht. Machtig!
Ik denk dat het een paartje visdieven was: samen vlogen ze naar een gemaakt eiland, waar ook twee nijlgansen zaten. Lang bleven ze daar dus niet: de nijlgansen verjoegen ze direct.

In het riet hoorde ik een typisch geluid. Al jaren hoorde ik dat geluid, maar kon nooit een vogel die dat gezang voortbracht vinden: altijd verborgen door al die stengels. Door de harde wind, kwam af en toe een klein stukje van de vogel tevoorschijn: snel geprobeerd te focussen en bij één lukte dat redelijk! Als ik mij niet vergis een kleine karekiet.
Leuk deze een keer wel te zien!

Overal om me heen vlogen vlinders. Klein koolwitje, groot koolwitje, zelfs een dagpauwoog en hierboven het klein geaderd koolwitje. Helaas waaide het zo hard, dat ik alleen van deze een beeld kon maken. Van de dagpauwoog alleen de zijkant: maar dat geeft niet de schoonheid van deze vlinder weer.

Plots zag ik in het water twee gigantische vissen. Ze waren minstens 70 cm. groot.
Ik wist echt niet wat voor soort het was: mijn viskennis is zeer beperkt.
Richard Mulder wist het wel: een schubkarper.

Op een rand vloog een aalscholver. Drijfnat, dus hij moest zijn vleugels drogen. Aalscholvers hebben weinig vet op hun verendek, maar duiken wel naar voedsel, dus moeten ze regelmatig hun vleugels drogen. Daarom zie je ze ook vaak op hun typerende houding met de vleugels wijd.

Opeens voelde ik gekriebel op mijn hand. Ik ben altijd erg op mijn hoede met dit weer, want het is weer tekentijd. Ik was vergeten deet op mezelf en mijn kleding te spuiten (wat ik nu tegenwoordig wel regelmatig doe om tekenbeten te voorkomen). Niets aan de hand gelukkig: het was een lieveheersbeestje! Snel naar een boom gelopen waar luis op zat en hem of haar de vrijheid te geven.

Slecht te zien op de foto, maar te bijzonder om niet te plaatsen.
Prachtig waren de vele zwaluwen die over het water scheerden.
Het lijkt wel, of er elk jaar meer komen. Maar de snelheid en de bochten die ze maakten! Niet te volgen!

Net als de vlinders, waren ook de hommels en bijen onrustig.
Alsof ook zij voelden dat er haast was voedsel bijeen te sprokkelen. Maar ook de wind maakte het hun lastig. Want zaten ze eindelijk, blies de wind ze van de bloem af.
Maar zijn ze niet mooi?

Ik eindig met een meerkoet.
Een moeder had een rustig en afgelegen plekje gevonden voor haar kennelijk enige kuiken. Deze zat op een verhoging en moeder verzamelde kleine zaken om het te voeren. Een innemend gezicht.
Opgeladen keerde ik weer naar huis.
De zon en vrijheid had me goed gedaan. Het gevoel van de vrijheid, de visdieven, bleef me de hele verdere dag bij.