Visafslag en Vlaggetjesdag

Mijn vader hield van de haven.
En de zilte geur van de zee. Ik ook trouwens.
Soms zei hij: “kom, we gaan naar de haven”.
En dan stapten we in zijn knaloranje kever en reden rondjes langs de prachtige schepen in de Scheveningse haven.
Ik herinner me een dag toen ik ook in de visafslag mocht.

Mijn vader leek wel iedereen te kennen. Hij had overal wel iemand die ervoor zorgde dat hij iets kon of mocht wat het leven wat prettiger maakte.
Zo ook een keer met vlaggetjesdag, voor mij al een feest al die schepen zo mooi versierd in de haven te zien liggen.
Hij vond het wel leuk dat ik er ook van genoot.
Plots parkeerde hij de auto en we staoten uit: hij liet me de visafslag zien!
Het was raar, want de gevangen vis werd verkocht door middel van afslag: de klok die er hing liep terug en dan was het spannend wie als eerste de vis claimde.
Met wat vis vertrokken we weer naar huis.

Vandaag was ik weer op de visafslag. Klokken als toen zijn er niet meer.
Ik weet eigenlijk niet eens hoe het nu precies eraan toe gaat.
Maar de geur is nog steeds dezelfde.
Het was haring vandaag wat in het middelpunt stond.

De boot met het eerste vaatje Hollandse Nieuwe voer vanmorgen de haven van Scheveningen binnen.
En ’s middags kon je die in de visafslag als een van de eersten proeven.
Dat lieten zich ook veel mensen zich geen tweede keer zeggen: de rij naar het maatje was lang!
Langs het water van de haven kon je een hapje verorberen terwijl er muziek werd gespeeld.
Hoe die proeft weet ik niet: ik had geen zin de rij in te gaan, maar de mensen die hem wel hadden bemachtigd vonden hem zalig.
Ik wacht dus af en proef hem later 🙂