Kleine mantelmeeuw is vertrokken

Wat was het heet, begin juli. Zo heet dat de mussen van het dak vielen.
Correctie: sprongen. En dan geen mussen, maar jonge meeuwen.
Zo vond een jonge mantelmeeuw onze tuin wel heel geschikt om in op te groeien. Hij misschien wel, maar in eerste instantie waren wij er niet heel blij mee. Want echt in de tuin bezig zijn kon niet meer: de jonge mantelmeeuw was best schuw en de ouders keken vaak vanaf het dak toe. Ongestoorde nachten waren een illusie.

Afijn, hij bleef zitten waar hij zat. Een koele plek onder de walnoot was prima en als de zon te erg brandde, zocht hij zijn heil tussen de struiken. Elk beestje in de tuin verdween in zijn bek, tot ik doorhad dat de ouders hem wel voor onraad waarschuwden, maar onze tuin niet in durfden. Hij ging echter de tuin niet uit, want daar was het kennelijk veilig.

Ik besloot met De Wulp te bellen om daar het probleem van eten — of liever gezegd: het gebrek daaraan — voor te leggen. Ze zeiden: “Geef hem maar kattenvoer.” Tja, het is geen volwaardig meeuwenvoer, maar met af en toe een harinkje moet dat voor zolang het duurt wel kunnen. Het heeft ons heel wat pakken kattenvoer gekost, want wat kunnen die beesten eten! Ik dacht dat 300 gram per dag wel genoeg zou zijn. Nou, vergeet het maar: hij at rustig het dubbele.

Na een paar weken durfde hij wel het tuinhekje uit, op zoek naar zijn ouders. Die bleken hem alleen niet bij te voeren; ze zullen wel door hebben gehad dat hij zijn kostje elders kreeg. Steeds vaker wandelde hij in de omgeving, maar elke dag kwam hij drie keer terug voor eten en ‘s nachts sliep hij onder de boom. En wat werd hij groot!
Ineens kon hij vliegen. In juli fladderde hij nog een beetje, maar begin augustus zag ik hem op een auto zitten. De onze. En op 12 augustus zat hij boven op het dak.
Nu, 26 augustus, is hij al een paar dagen niet meer geweest voor een bordje eten. Het is een raar idee, maar aan de andere kant wel heerlijk. De tuin is weer van ons, de vliegen gaan weer weg en er zijn ook minder wespen.
Toch vraag ik me af waar hij is: zou hij zich al aan het voorbereiden zijn op de trek?