Haagse Harry, dûh tèntaunstelling!!

Met op de foto v.l.n.r. Nienke Rueb-van Akkeren, Sjaak Bral en conservator en Haags historicus Lex van Tilborg.
Wie van Haagse Harry houdt (en welke Hagenees/Hagenaar doet dat niet? En ook mensen die níet in de Hofstad wonen….) móet een nieuwe tentoonstelling zien. Hij heet “Haagse Harry, dûh tèntaunstelling!!” en je kan hem van 20 april t/m 1 september 2024 zien in het Haags Historisch Museum.
Het is namelijk dertig jaar na het eerste stipalbum en tien jaar na het overlijden van Marnix Rueb (zijn geestelijk vader), en dat mag aandacht krijgen.

Ik mocht de tentoonstelling vandaag al bekijken en was diep onder de indruk.
Er zijn ruim vijftig originele Harry-tekeningen te zien, naast andere tekeningen van Marnix Rueb. Ze komen uit zijn privéarchief en zijn zelden of nooit getoond aan het publiek.
Maar dat is niet alles.
Ook diverse beeldjes, en andere merchandise kan je bewonderen (uiteraard ook het beeldje van Haagse Harry).

In een kamer kan je, mét een “spreekwolk”- een selfie (laten) maken. En last but not least, kan je je eigen Harry strip maken. Ben je geen geweldig tekenaar, kan je een tekening ook op een lichtbak overtrekken.
Geweldig vond ik ook de filmpjes die in diverse wijken zijn opgenomen waarbij voorbijgangers wordt gevraagd wat ze van een strip/tekening vinden.
Maar ook mooi en indrukwekkend was een filmpje met Marnix Rueb zélf.

Wie is Haagse Harry?
Haagse Harry is een Haags icoon. Van de zeven (!) albums met zijn belevenissen werden honderdduizenden exemplaren verkocht. De grofgebekte, asociale en politiek incorrecte Harry werd bedacht door striptekenaar Marnix Rueb (1955-2014). Hij is een (anti)held waar we – ondanks zijn vele fouten – toch trots op zijn. Bovendien kreeg het Haagse dialect een enorme boost, want alle personages in de strip spreken plat Haags (ook de koning en koningin!).
Autoriteitsstoornis
Marnix Rueb heeft ooit beweerd dat hij Haagse Harry niet bedacht heeft, hij bestond altijd al. Rueb heeft hem op een gegeven moment op papier gezet. De geboorteplaats van Haagse Harry is de Schilderswijk begin jaren ’90. Rueb woonde daar destijds en raakte er geïnspireerd door de grofgebekte, in trainingspak geklede Hagenezen – die ook wel spottend Harry’s en Bianca’s genoemd werden.

Zoals zoveel Hagenezen kan Haagse Harry niet omgaan met autoriteit. Hij zet zich af tegen de gemeentepolitiek, de politie, het koningshuis, de regering, ga zo maar door. “Haagse Harry is de vleesgeworden autoriteitsstoornis” volgens cabaretier en gastconservator van de tentoonstelling Sjaak Bral. Daarbij is hij ook niet bepaald politiek-correct of zachtzinnig naar mede-Hagenaars. Zoals Harry in een van de strips zegt: “van mèn ken iederein de pleures krège!!”
Haags dialect
De eerste tekeningen van Harry verschenen in 1991 in het Haagse uitgaansblad Doen. Het bleek een groot succes. In 1994 verscheen het eerste van in totaal zeven stripalbums over Haagse Harry.
De stipboeken gaven het Haagse dialect een enorme stimulans, want alle personages in de strip, ook Beatrix en Willem-Alexander spreken plat Haags. Het liefst, zo vertelde Marnix Rueb in een interview, had hij bij de strips een cassettebandje gedaan, want de teksten zijn bedoeld om gehoord te worden. Samen met zijn broer Robert-Jan en Sjaak Bral schreef hij Ut groen-geile boekie over de spelling van het Haags (mét ‘scheldwèzâh’) en maakte hij een talencursus Haags. Er kwam zelfs een Haags Dictee.
Cabaretier (en vriend van Marnix Rueb) Sjaak Bral is gastconservator van de tentoonstelling. Nienke Rueb-van Akkeren stelde het materiaal uit het archief van Marnix Rueb beschikbaar.