Bezoekje aan het Kraaiennest

Sinds de hitte ben ik er eigenlijk niet meer ver opuit gegaan.
Mijn lijf merkte dat: het ging steeds meer pijn doen omdat ik niet/amper fietste.
Gisteren besloot ik dus een flinke fietstocht te maken. Waarheen dat wist ik nog niet. Misschien Meijendel, Solleveld of toch De Lier?
Een bezoekje aan het Kraaiennest in Midden Delfland?

Het werd het laatste inderdaad.
Manlief en ik waren er eind april geweest (en ervoor ook een aantal maal) en we misten toen de zwaluwen.
In onze herinnering waren die er voorheen al wel en een voorbijganger beaamde dat.
Gelukkig waren ze er vandaag wel: de oeverzwaluwen vlogen af en aan.

Ook had ik in april Jacobsvlinders gezien.
Oef, die zou ik nog wel een keer beter willen “vangen”.
Helaas, vandaag lukte dat niet: ze waren simpelweg niet te vinden.
Maar wel honderden, zo niet duizenden rupsen van deze vlinder. Wat was het een waanzinnig beeld: overal die schitterende gele bloemen en op elke plant die je zag minstens 10 zebrarupsen.
Wauw!

Niet alleen dit zag ik, ook witjes, dagpauwogen, een kleine vuurvlinder, icarusvlinders

en een kleine vos!

Overal waar je keek in de grassen, distels en andere bloemen zag je gefladder.
Op een bankje dacht ik even wat water te drinken, maar daar werd ik met mijn fobie geconfronteerd.
Een daas. Een grijze runderdaas nog wel. Ik maakte een kiekje en liep heel langzaam achteruit in de hoop dat hij me niet zou bemerken. Het lukte: ik kon zonder hinder mijn weg vervolgen. Pfieuw!

Op de eilanden waar de vogels broeden, lagen nu schapen.
Niet dat ze aan het grazen waren: ze waren aan het rusten en blaten.
Zo te zien hadden de vogels er geen last van. Onrustig waren ze niet.

Ik heb genoten.
Prachtige lepelaars liepen in het water, of stonden te rusten op een van de eilanden.

In het water bergeenden met kleintjes

en naast kluten een groep grutto’s!
Het was een flinke fietstocht, maar het bezoekje aan het Kraaiennest was heerlijkzo de moeite waard.